Honderd dagen geleden begon Rosanne als directeur-bestuurder van Compaen. Een nieuwe organisatie én een nieuwe sector. Inmiddels heeft ze haar eerste maanden erop zitten. Wat valt haar op? Wat spreekt haar aan in Compaen? En waar ziet ze kansen voor de toekomst?
“Die honderd dagen zijn echt voorbijgevlogen,” vertelt Rosanne. “Nieuwe mensen, een nieuwe omgeving en heel veel nieuwe dingen om te leren. Dat past ook bij mij. Ik houd ervan als er beweging is en als je samen kunt ontwikkelen.”
Compact geeft ook ruimte
Juist die beweging was een van de redenen waarom Compaen haar aansprak. Al toen ze de vacature en het koersplan las, kreeg ze een beeld van een organisatie die vooruit wil.
“Compaen straalde voor mij uit: we zijn compact, we weten wat we kunnen en waar we anderen nodig hebben. Juist omdat je een relatief kleine organisatie bent, heb je ook ruimte om samen te werken en nieuwe dingen te proberen.”
Dat beeld ziet ze na honderd dagen terug in de praktijk. Bijvoorbeeld in Dorpsplein Mierlo-Hout, waar Compaen samen met zorgorganisatie Savant werkt aan een grootschalige ontwikkeling.
“Daar komen verschillende organisaties, belangen en expertises bij elkaar. Zo’n project vraagt inhoudelijk en financieel lef. Ik vind het mooi dat Compaen dat soort samenwerkingen aangaat en daarbij over de grenzen van de eigen organisatie heen kijkt.” Uiteindelijk gaat het niet om de samenwerking of het project op zichzelf, maar om wat bewoners daarvan merken: een goede en betaalbare woning, een prettige buurt en ondersteuning die beter aansluit bij wat mensen nodig hebben. Daarvoor moeten organisaties soms over hun eigen grenzen heen stappen.
Ook de manier waarop Compaen met duurzaamheid omgaat spreekt haar aan. Ambitieus, maar volgens Rosanne ook nuchter. “Je moet een visie en een drive hebben, maar ook accepteren dat niet alles tegelijk kan. Ik vind het prettig dat hier niet alleen naar beleid en papier wordt gekeken, maar ook naar de vraag: werkt het in de praktijk? En zo niet, hoe kunnen we het dan wél oplossen?”
Volwaardige partner
Als nieuwe bestuurder wil Rosanne eerst goed begrijpen wat er al is. De corporatiesector is nieuw voor haar en dus stelt ze veel vragen. Juist dat levert volgens haar interessante gesprekken op.
“Ik hoef niet op de stoel van de vakmensen te gaan zitten. Zij hebben kennis die ik niet heb. Andersom vind ik wel dat collega’s iets aan mij moeten hebben. Soms door een andere vraag te stellen, soms door partijen met elkaar te verbinden of door ergens beweging in te krijgen.”
Die samenwerking geldt ook buiten Compaen. In haar eerste maanden sprak ze onder meer gemeenten, collega-corporaties en andere maatschappelijke partners. Wat haar daarbij opvalt, is de positie die Compaen heeft opgebouwd.
“Ik merk dat externe partners met respect naar Compaen kijken. We zitten niet als ‘de kleine corporatie’ aan tafel, maar als een volwaardige partner. Dat is iets om trots op te zijn én iets om verder op voort te bouwen.”
Betrokkenheid, lef en gedrevenheid
Wat typeert Compaen na honderd dagen? Rosanne hoeft daar uiteindelijk maar drie woorden voor te kiezen: betrokkenheid, lef en gedrevenheid.
“Die gedrevenheid ziet er bij iedereen anders uit. De een laat dat heel uitgesproken zien en de ander juist veel rustiger. Maar wat ik tot nu toe vooral zie, is dat mensen betrokken zijn bij hun werk en bij wat we als organisatie willen bereiken.”
Inmiddels voelt ze zichzelf ook steeds meer onderdeel van die organisatie. “In het begin vroeg ik vaak: hoe doen júllie dat? Nu merk ik dat ik steeds vaker ‘wij’ zeg. Dat is eigenlijk vanzelf gegaan.”
De komende tijd wil ze vooral verder bouwen op wat er al is. Met ruimte voor ontwikkeling, samenwerking en nieuwe ideeën, maar zonder verandering tot doel op zich te maken. “Als compacte corporatie hoef je niet overal als eerste bij te zijn. Maar juist doordat we korte lijnen hebben, kunnen we gericht iets nieuws proberen wanneer dat aantoonbaar iets toevoegt voor bewoners en de volkshuisvesting. De komende tijd wil ik vooral verder bouwen op wat er al is. Dat betekent voor mij: dicht bij bewoners en wijken blijven, woningen toevoegen en verbeteren, en samen met gemeenten, zorgorganisaties en andere corporaties oplossingen vinden voor vraagstukken die niemand alleen kan oplossen.”

